In het begin van het seizoen grapte Richard nog dat het wel een gewoon seizoen leek te worden. Dat was vooral een knipoog naar de vaste grap die we ieder jaar weer maken over dat het wel weer een echt raar jaar is dit jaar. En die grap komt deels voort uit mijn ervaring van toen ik net begon als promovendus op het Nederlands Instituut voor Ecologie. Daar liepen mensen rond die al hun hele leven nestkastenonderzoek hadden gedaan, en die merkten bijna ieder jaar op dat het een vreemd jaar was. Misschien nam ik dat toen veel te serieus, en was het ook voor hen een grap, of een uiting om de enorme variatie tussen jaren weer te geven. Maar als ieder jaar raar is, dan is het rare er toch een beetje vanaf. Een kwestie van perspectief, want je kan pas aangeven dat iets raar is als je een verwachting hebt. En die verwachting kan een gemiddelde zijn, maar zou toch ook een variantie moeten hebben. Het interessante is dus dat die variantie dus heel groot is tussen jaren, en daardoor noemen we een jaar al snel raar.
Verder meten we zoveel verschillende kenmerken van het systeem, dat er in minstens één van die kenmerken toch wel een vreemde waarde zit in een gegeven jaar. En we zijn snel geneigd het vreemde te benoemen, en het gewone te vergeten.
Wat bijna vreemd is, is de huidige regen in mei. Voor mijn gevoel is het in deze tijd de afgelopen jaren altijd vooral droog: kurkdroog. Ik weet dat omdat ik rupsenkeutels moet oogsten uit die keutelnetten, en regen is dan een vervelende bijkomstigheid. Als het echt veel heeft geregend, dan kan je het monster net zo goed weggooien. Maar vandaag leek het nog wel mee te vallen. Het lijkt dit jaar op een aantal plekken toch weer een heel goed rupsenjaar te worden. Eiken beginnen al weer wat kaal te zien, en als het zo doorgaat zijn we over een week of twee weer terug bij af. Eiken die geen bladeren meer dragen. Niet omdat het herfst is, of veel te droog is geweest, maar gewoon omdat de rupsen zich te goed hebben gedaan aan al die verse blaadjes. Ik had dat zeker niet verwacht dit jaar, en het hele idee dat er een langjarige cyclus is van rupsen, met ongeveer eens per tien jaar een uitbraak die dan 2-3 jaar duurt gaat dan nu weer niet op. Zoals veel van dit soort cycli die de afgelopen decennia een tijd uit de pas zijn gaan lopen. Waarschijnlijk effecten van klimaatverandering. Het geeft maar weer aan dat je als onderzoeker moeilijk te lang door kan gaan met meten. Het wordt er niet altijd gemakkelijker op. Maar we moeten de raarheid van ieder jaar maar gewoon omarmen als iets dat interessant is.
Ik meet nu voor het vijfde jaar rupsenpoepjes in eiken en elzen in wallen en singels in de NFW. Er lijken dit jaar net als vorig jaar weer weinig rupsen in de eiken. 2024 was wel veel. In elzen heb ik altijd weinig poepjes. Overigens lijken er vaak veel alternatieven in de vorm van diverse spanners die soms uitbundig in allerlei struiken zitten
Groet, Ernst