Ik schreef eerder dat bonte vliegenvangers bij veel andere nestkastbewoners verre van populair zijn. Wat een gedoe brengt de aankomst van al die vliegenvangers steeds weer teweeg rond nestkasten. Maar vandaag zag ik een gekraagde roodstaart die minstens zo erg was. De vliegenvangerman die al een aantal dagen zit te zingen bij nestkast 661 werd het leven zuur gemaakt door die man gekraagde roodstaart. De indruk was zelfs dat die vliegenvanger het nauwelijks meer aandurfde om even te zingen. Of heeft hij stiekem toch een vrouw? En die gekraagde roodstaart mag dan wel lekker stoer doen door achter die vliegenvanger aan te jagen, voor de nestkast heeft die nauwelijks interesse. Ieder jaar zit precies op deze plek een roodstaartpaar, en altijd broeden ze in een natuurlijke nestholte. Eigenlijk wel jammer, want die roodstaarten had ik er graag bij gehad in ons monitoringsprogramma. Ooit kocht ik speciale roodstaartkasten, maar dat gaf alleen maar gedoe. Geen roodstaarten, terwijl de vliegenvangers ze zeer aantrekkelijk vonden. Ingewikkeld voor ons, want het was nauwelijks mogelijk om de vliegenvangerouders in die kasten te vangen. Vreemd eigenlijk dat die roodstaarten in het bos niet meer in kasten willen broeden, terwijl dat vroeger wel zo was. En op andere plekken, zoals in de houtwallen in Friesland doen ze het ook. Mooie vogels die roodstaarten, maar de ervaring met het zeldzame paar dat wel eens in één van onze nestkasten broedt, is dat het ook stresskippen zijn. Moeilijker om mee te werken dan die vliegenvangers. Maar dat geldt overigens voor bijna alle vogelsoorten.
Vandaag de eerste jongen pimpelmezen. Dertien blote, hongerige lijfjes. Ik vrees dat ze aan de vroege kant geboren zijn, omdat de rupsen nog relatief klein en zeldzaam zijn. Het natte weer helpt ook niet echt. En dat terwijl die pimpelmezen er dit jaar wel vertrouwen in leken te hebben, gegeven de heel grote legsels die ze dit jaar procuderen. Hun gemiddelde zit rond de 12 eieren, wat ongekend is in de afgelopen 20 jaar. Dus misschien weten zij beter dan ik, dat er toch veel rupsen komen dit jaar. Mijn inschatting op basis van de afgelopen jaren is niet zo heel hoog gespannen. Die rupsen vertonen immers pieken van meerdere jaren, die dan weer gevolgd worden door dalen die ook meerdere jaren duren. We gleden net zo’n dal in, maar misschien is het maar een heel klein dalletje. We gaan die rupsen weer meten, dus over een paar weken weten we dat ook.
