Je kan ook te vroeg in het bos zijn. Niet dat het nu om kwart voor 7 nog donker is, maar ik beweeg me door een mistwolk. Slechte waarneemomstandigheden. Ook wel sfeervol, maar iets minder sfeer en wat meer licht zou ik wel op prijs stellen. Toch doe je de meeste waarnemingen op gehoor, en alles lijkt wel beter te klinken met die mist. Helaas heb ik daar wat weinig aan, want de vliegenvangers lijken te hebben besloten dat het slecht weer is om uitgebreid te gaan zingen.

Hard werken voor relatief wat weinig waarnemingen. Kleurringen die niet op kleur te brengen zijn. Het meest schiet ik op met de mannen die een conflict hebben. Nieuwe aankomst geeft altijd weer gedoe. En terwijl een enkele vrouw er al vijf dagen is, vind ik pas vandaag eindelijk een klein beetje nestbouw. Ook dat is wat tegen de afspraak, want in het algemeen beginnen vrouwen snel na aankomst. Dat geldt meer voor de latere dan de vroegere aankomers.

Pas tegen half 10 klaart het opeens op. Mannen gaan prompt zingen. Er vangt er eentje een grote rups van de grond. Dood slaan op een tak, is er wel een minuut mee bezig, en zingt dan vrolijk door. En ook ik moet door, want die mist heeft maar voor oponthoud gezorgd.
Die vliegenvangers zijn trouwens de relschoppers van het bos. Hoe vaak ze niet andere soorten het leven lastig maken. Vandaag heb ik ze tenminste met koolmezen, gekraagde roodstaart en grote bonte specht zien vechten. Vast geen toeval dat het allemaal holenbroeders zijn. Die vliegenvangers weten dat voor succesvol broeden ze zich niet te bescheiden moeten opstellen, want dan krijgen ze nooit een nesthol.