18 mei 2026: Wat een zanginspanning!

Na de regen geurt het bos heerlijk naar kraaiheide. Een geur met veel herinneringen aan kampeervakanties op Terschelling.

De vliegenvangermannen zingen nog steeds of hun leven er vanaf hangt. Omdat ik moet wachten totdat de paar overgebleven ongepaarde mannen zichzelf in de nestkast laten vangen, besteed ik wat aandacht aan hoeveel er nu precies gezongen wordt. Ik tel bij een kleine steekproef van drie mannen zo’n zeven liedjes per minuut, dat zijn dus al snel pak ‘m beet 400 liedjes per uur, en met een wat conservatieve schatting van een tien-urige zangdag kom je op 4000 liedjes per dag. Voor mannen die op 15 april zijn aangekomen en nog steeds geen vrouw hebben, zou het neerkomen op tot nu toe een slordige 130.000 zangstrofes. Als ze door zingen tot 5 juni (wat de meeste doen), dan zouden ze boven de 200.000 komen. Zelfs als ik het schromelijk zou overschatten (doordat ze bijvoorbeeld niet zingen als het regent, en ook veel minder gaan zingen in de middag), dan kom je voor deze ongepaarde kerels al snel boven de 100.000 strofes voor een heel seizoen uit. Nu duurt elke strofe maar een kleine drie seconden. Dus 200.000 strofes is 170 uur zingen, over een periode van 51 dagen. Dat is dus pure zangtijd.

Vaak denken we dat vogels het hardste werken wanneer ze lange afstanden trekken, maar ook wanneer ze voor hun jongen zorgen. Dan zijn ze wel 17 uur in touw, en voeren al snel zo’n tien keer per uur. Dat doen ze ruim twee weken. In het verleden hebben onderzoekers wel de energie-uitgave gemeten van zo’n seizoen jongen opvoeden. Naar menselijke maatstaven is het vergelijkbaar met het fietsen van de Tour de France. We weten ook dat die inspanning ook kan leiden tot lagere overleving na het broedseizoen. Het zou wel eens interessant zijn om een vergelijking te maken tussen de energie-uitgave van mannen die een heel seizoen ongepaard blijven, en diegene die een broedsel moeten voeden.

Nog even over wat interessante vangsten van vandaag. Daarvoor moet ik even terug naar eergisteren, toen ik in nestkast 341 een bonusman ving. Ik wilde links oranje vangen, die bij 341 en 342 zat te zingen, en in 342 ving ik hem inderdaad. Maar in 341 bleek zich ook een man te hebben laten vangen, en dat was rechts geel. Interessant: man van één jaar oud, en dan interpreteer ik dat als een zwerver zonder vaste verblijfplaats is. Vandaag blijkt dat sinds gisteren de eieren in nestkast 319 koud zijn, en de man weer zit te zingen. Ongetwijfeld is de vrouw vertrokken. Of ze is dood. Jammer natuurlijk, maar voor de administratie is het fijn om toch te weten wie de vader van dit broedsel was. Klep gezet, en man snel gevangen. Dat blijkt mijn bonusman van eergisteren te zijn! Niet verwacht, want die nestkasten liggen meer dan een halve kilometer uit elkaar. Nu kan je denken dat bij nestkast 319 eerst een andere man zat te zingen, en dat die man verdwenen is, en deze man daarvoor in de plaats is gekomen. Maar eerdere waarnemingen laten zien dat het echt dezelfde man is. Ook rechts geel, en zeer bruin kleed, zonder duidelijke koplampjes. Het geeft aan dat het belangrijk is om scherp te blijven.

Dan als laatste observatie van de dag: in het Dieverzand hebben we nu dus 17 paar met een nest, en 18 man die nog geen vrouw hebben (plus nog vier mannen die ondertussen verdwenen zijn). Ondertussen zijn van die 17 paar al drie nesten over de kop gegaan: eentje na het leggen één ei, en de andere twee ergens tijdens de incubatie. Geen idee wat er met de vrouwen is gebeurd, maar ik had eerder wel aanwijzingen dat er hier een sperwer actief was. Zouden ze zijn opgepeuzeld? Misschien toch eens zoeken naar een nest, en als we dat vinden zoeken naar ringen in de sperwerbraakballen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *