Eén van de fijnste geluiden in het bos is het horen dichtvallen van een klep in een nestkast. Een metalig “Plok”. Vaak hoor je het niet, want ben je buiten gehoorsafstand, maar vandaag gebeurde het me tweemaal. Ik zou de ongepaarde man van 332 gaan vangen, maar bij aankomst zat hij niet te zingen. Zou hij dan toch…..? Maar nee, geen vrouw, maar een tweede man bij de nestkast. Die twee hadden het met elkaar aan de stok, en je weet dan niet of een vangpoging zin heeft. Toch maar een klep gezet, en binnen de minuut was er een “Plok”. Man eruit, en klep nogmaals gezet. En terwijl ik die eerste man ringde en al zijn maten nam, was er een tweede “Plok”. Beide mannen waren ongeringd, en zagen er vrijwel identiek uit. Beiden heel bruin kleed, maar wel met duidelijk witte koplampjes. En ja, welke hoort dan bij deze kast, en zat hier al weer vier weken te zingen? Ik vermoed dat het de tweede man was, want bij loslaten was de eerste man stil, en begon de tweede onmiddellijk te zingen (zelfs terwijl hij nog vloog). Het betekent dus dat zo’n man die niet bij deze kast “hoort” wel de nestkast in gaat. Ik vermoed dat het een zwerver, zonder vaste verblijfplaats is, maar in theorie kan het ook de man zijn van twee nestkasten verderop. Dat zullen we vrij snel weten, want nu draagt de ene man een groene ring, en de andere een rode.

Het is overigens weer koud. Vanochtend toen ik het bos in kwam was het maar zes graden. Gelukkig met een beetje zon, en relatief windstil. Was benieuwd of de mannen er wel zin in hadden met deze kou, maar dat viel alles mee. Er werd goed gezongen, en ze wilden ook wel goed de nestkast in (om daar vervolgens gevangen te worden). Uiteindelijk ving ik er negen in het Dieverzand. In dit studiegebied zijn nu nog 37 mannen actief, waarvan er slechts 18 een vrouw hebben. Van de 19 ongepaarden heb ik er nu 12 gevangen. Het doel is om ze allemaal te pakken te krijgen, maar er zijn een paar die mogelijk moeilijk worden, omdat ze niet echt aan een nestkast gebonden zijn.
Ik vermoed dat we dit jaar wel eens over de honderd ongepaarde mannen heen kunnen komen, terwijl we nu zo rond de 125 paren hebben. Het blijft een absurd fenomeen, dat ik nog steeds niet gemakkelijk kan duiden. Maar we hebben gelukkig zo weer goede metingen over wie er allemaal zijn.