17 mei 2026: Het wonder blijft echt uit.

Hoe staat het seizoen er nu voor? We hebben de geboortegolf van de mezen achter ons, en de eerste jonge pimpels staan op uitvliegen. Dat lijkt vroeg, maar buiten het bos vliegen al ruim een week jonge roodborsttapuiten rond, en ik heb ook al jonge staartmezen gezien. Interessant is dat er op de heide nog hordes tapuiten zitten die naar het noorden moeten om daar te broeden. Misschien gaan die zelfs helemaal naar het Noordoosten van Canada. Eerst naar IJsland en dan met lange vlucht de Groenlandse ijskap over. Geweldige vliegers! Maar in de plasjes op het Dwingelderveld zitten nu ook nog groenpootruiters, die op veentjes in Zweden, Finland en Rusland gaan broeden. Misschien ligt daar nog wel sneeuw, dus hebben ze nog geen echte haast. Of zijn dit misschien ook vogels die dit jaar niet tot broeden gaan komen, en zijn ze er daarom nog?

Waar de geboortegolf van de mezen er nu op zit, verwachten we de geboortegolf van de vliegenvangers de komende vijf dagen. Zoals veel vaker is hun broedseizoen heel erg gepiekt, met ruim 60% van de nesten die deze werkweek uitkomt. Wat verder opvalt is dat er na 4 mei geen enkele vrouw meer is bijgekomen. Dus waar ik tien dagen geleden nog op een wonder hoopte met een tweede aankomstpiekje, is die hoop nu echt vervlogen. Het is wel opmerkelijk dat er na 4 mei geen enkele vrouw zich meer heeft gevestigd, want in veel andere jaren hadden we vaak nog wel een lange staart van late aankomers. Dat schrijf ik nu meer uit intuitie dan dat ik daar echt al naar heb gekeken, maar het is de moeite om daar eens aandacht aan te besteden.

Als we gemiddelde datum waarop koolmezen en bonte vliegenvangers hun eerste ei hebben gelegd voor de afgelopen 20 jaar op een rijtje zetten dan wordt duidelijk dat sinds 2007 er geen vervroeging meer heeft plaatsgevonden. Voor vliegenvangers is 2026 een relatief vroeg seizoen, maar heel vergelijkbaar met 2007. De koolmezen zitten dit jaar redelijk in de middenmoot. Wat opvalt is dat de variatie tussen jaren bij de koolmezen veel groter is dan bij de vliegenvangers. De extremen liggen bij de mezen wel drie weken uit elkaar, terwijl dat bij de vliegenvangers slechts negen dagen is. Maar als je goed naar de figuur kijkt, kan je ook zien dat jaren waarin koolmezen later leggen, de vliegenvangers dit ook doen. Met elke dag dat de koolmezen later zijn, zijn de vliegenvangers een halve dag later. Of anders bekeken: in een warm voorjaar is het verschil in legdatum tussen de soorten veel groter dan in koudere jaren.

Om beter te begrijpen waarom die vogels juist op deze momenten hun eieren leggen, moeten we ook de omgeving bemonsteren. Dat doen we dus door vooral naar de rupsen te kijken, omdat vogels die graag aan hun jongen voeren. Maar voor dit jaar houd ik mijn hart nog wat vast over hoe goed dat gaat lukken. Al die regen verpest onze mooie rupsenkeutelmonsters. Vanaf donderdag beloven ze nu weer droger weer, en maar hopen dat we dan nog niet over de piek heen zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *