Het grootste deel van de mannen is nu echt aangekomen. Elke dag sprokkelen we er nog wel een paar bij, en de vraag is altijd of laat aankomende mannen werkelijk net uit Afrika komen, of dat ze eerst buiten onze nestkastgebieden al een poging hebben gedaan om een broedplek te vinden. Maar uit eerder onderzoek met dataloggertjes waarmee we de trek konden bekijken, bleek wel dat er veel variatie is in wanneer vliegenvangers uit Afrika vertrekken. En daar bleek ook uit dat die vogels met loggertjes vrijwel altijd snel naar onze nestkastgebieden trokken, en niet ergens in de buurt rondhingen.
Nu is het soms puzzelen geblazen, omdat mannen soms ergens verdwijnen en mogelijk elders binnen het gebied weer opduiken. Misschien komt het wel doordat veel van de nestkasten nu bezet raken, en het niet heel gemakkelijk is waar ze zich het beste kunnen vestigen. Maar ik denk dat er ook echt mannen verdwijnen. Zo was er op het Dieverzand een heel donkere man, die drie dagen bij nestkast 387 zat te zingen. Maar op dag vier zat er duidelijk een andere man: deze had een veel lichter verenkleed, en was bovendien voorzien van een oranje ring (terwijl die man daarvoor ongeringd was). Nergens in het gebied is tot nu toe zo’n donkere, ongeringde man opgedoken, maar zo’n 50 meter van die nestkast vond ik wel wat veertjes die zomaar van een bonte vliegenvanger konden zijn. Dit is ook dichtbij de geplukte keep, en hier huist vast een sperwer in de buurt. Ik geloof dat die ongepaarde mannen maar wat kwetsbaar zijn, want die zingen dat het een lust is. Helaas is het voor ons slecht mogelijk om dit soort mortaliteit echt te kunnen kwantificeren, omdat zonder de vogels te vangen we hun identiteit niet echt kennen.
Eén van de redenen om dit werk zo lang voort te zetten, is dat ik sterk geloof dat het voor insecteneters als vliegenvangers slecht moet zijn om te vroeg aan te komen. Als ze koude omstandigheden aantreffen dan hebben ze meer voedsel nodig, en die insecten zijn er dan juist niet. Selectie tegen te vroeg aankomen is een soort heilige graal, die bijna geen trekvogelonderzoeker echt heeft kunnen laten zien. Ik weet nog slecht of ons materiaal daar uiteindelijk geschikt voor zal zijn, maar we gaan dat zeker proberen. Liefst heb ik nu dus gewoon vier dagen echt rotweer: veel regen en kou. Benieuwd hoeveel vliegenvangers we dan kwijt raken. Hoewel ik dat natuurlijk ook helemaal niet echt leuk vind: veldwerk is dan opeens minder leuk, en ik heb ook wel met die vliegenvangers te doen. Maar als het uitkomt, dan maken we er natuurlijk gebruik van.