4 april 2026: Een kleine vogel in een groot bos

“Wanneer begint je veldwerk eigenlijk?” Deze vraag krijg ik in deze tijd regelmatig, en is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Je kan zeggen dat het antwoord relatief simpel is: “Vanaf het moment dat de vliegenvangers aankomen”. Maar ja, hoe weet je dat wanneer je geen veldwerk (of in mijn geval boswerk) doet? Voorheen hadden wij onze eigen spion in het bos, die elke dag buiten was en een groot gebied besloeg. Een vliegenvanger moest van goede huize komen om aan Rob zijn opmerkingsgave te ontsnappen, en Rob briefde dat dan snel door naar ons. Maar helaas is Rob zijn bereik niet meer wat het was. Gelukkig is hebben we ook waarneming.nl, waar we dagelijks kunnen kijken of er al vliegenvangers in Nederland zijn gezien. Die waarnemingen moet je soms met een korrel zout nemen: ieder jaar worden de vroegste bonte vliegenvangers midden op de heide gemeld, en ik ben dan zo eigenwijs die toe te schrijven aan vrouwtjes roodborsttapuiten. De eerste waarneming dit jaar kwam op 18 maart uit Oost-Groningen, niet echt vliegenvangergebied. De tweede een dag later uit hartje Nunspeet. Niet onmogelijk, maar ik werd daar nog niet echt zenuwachtig van. De eerste met goed bewijs dit jaar komt uit ‘t Gooi, en is van 31 maart. Het liefst was ik op 2 april al het bos ingegaan, maar het lukte me pas op 3 april. Geen vliegenvanger gevonden. Maar wat is zo’n bos dan opeens groot, en wat zijn die vogels klein. Het voelt als zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar wel de eerste fitis van het jaar, wat altijd weer een feestje is. Ergens voelt het ook wel goed aan, om eerst een nulwaarneming te hebben, want dat suggereert tenminste dat je nog niet veel aankomst gemist hebt.

Deze dag begon met een bijzonder mooie ochtend. Vrijwel windstil, onbewolkt, mooie zonsopgang. Een nacht dat er goed getrokken zou kunnen zijn door trekvogels die vanuit het verre zuiden moeten komen. De eerste boompieper laat zich horen: zingend in de bosrand waar hij al jaren bivakkeert. Het kan niet altijd dezelfde zijn, maar het is een favoriet plekje. Maar om heel eerlijk te zijn vind ik het verder nog behoorlijk stil in het bos. Nouja, dat is buiten de tjiftjaffen gerekend, die nogal losgaan. Maar opvallend weinig roodborst, winterkoning en ook niet heel veel mezen. Ik weet nooit of ik dit nu zorgelijk moet vinden, of dat het een geheel foute indruk is. Vertrouw nooit al te veel op indrukken, zeker niet wanneer je dingen wilt vergelijken met vroeger. Maar gelukkig heb ik de afgelopen jaren wel goed bijgehouden hoeveel roodborsten ik hoorde zingen. Dat moet ik misschien maar eens uitwerken, maar voor nu geeft het geen antwoord.

De berken beginnen wat uit te lopen, wat het bos opeens een frisse aanblik geeft. Waar gisteren op het nieuws was dat er nabij Nijmegen het allereerste koolmeesei in de 70-jarige onderzoeksreeds in dat gebied was gevonden, lijkt het bos hier in Drenthe niet uitzonderlijk vroeg. Het is alweer het 20-e voorjaar dat we hier intensief onderzoek doen, en één van mijn ijkpunten is het uitlopen van de allervroegste berk, waar nestkast 659 aan hangt. Deze begint nu uit te lopen, maar er zijn zeker vijf jaren waarin dit eerder gebeurde. En wat ik nu in de nestkasten zie, geeft ook niet aan dat we een uitzonderlijk vroeg jaar tegemoet gaan. De mezen en de boomklevers zijn wel begonnen met nestbouw, maar er zijn nauwelijks volledige nesten. In echt vroege jaren hadden de boomklevers minstens al gelegd. Wederom geldt: het gaat hier om een eerste indruk.

En dan is daar vandaag dan toch opeens het verlossende “bit-bit-bit”. Een man bonte vliegenvanger vliegt druk door de boomtoppen. Af en toe zingt hij wat onwennig. Nog geenszins de zelfverzekerde aanwezigheid die mannen tonen als ze er al een paar dagen zijn. Ik geloof dat hij vast vannacht is aangekomen. Twee weken terug zat hij nog vijfduizend kilometer naar het zuiden, en nu al toont hij gelijk interesse in nestkasten. Die doelgerichtheid verbaast me ieder jaar weer. Het 20-e veldseizoen is nu dus echt begonnen. En het is niet de enige vandaag: rond het huis van onze spion vinden we een tweede. Zelfde onrustige gedrag. Ergens aandoenlijk hoe zachtjes deze vliegenvangerman zit te zingen. Hij moet er vast nog even inkomen. Maar dat geldt niet voor mij. Ik ben er weer helemaal klaar voor.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *