28 mei 2026: Niet zo’n beste dag.

Een heerlijk frisse ochtend in het bos. Het zijn nu vooral de roodborsten en bonte vliegenvangers die zingen. Een enkele merel, een vink, koolmees. Binnenkort zal dit koor stilvallen wanneer we langzaam de zomer binnen glijden.

Bij het kleppen zit ik het liefst zo dat ik de opening van de nestkast kan zien. Zo kan je immers zien of de klep al dicht is gevallen. Ik denk altijd dat het belangrijk is om de eerst gevangen ouder zo snel mogelijk uit de kast te halen, zodat de tweede niet argwanend wordt, wanneer hij of zij voor een dichte deur komt te staan. Helaas leent het bos zich er niet altijd voor om ver genoeg weg te zitten zodat de vogels zich niet aan mij storen, en dat ik toch zicht op de kast heb. Als ik eenmaal de ene ouder heb, plaats ik soms een klep bij een andere nestkast, zodat ik wat efficiënter met de schaarse tijd om kan springen. Dan wacht ik daar totdat ik de eerste ouder vang en keer daarna terug naar de eerste kast om de tweede ouder uit de kast te halen. En in een heel aantal gevallen hebben we de vrouw al op de eieren gevangen, en is met de vangst van de man onze kennis over wie de ouders zijn compleet.

In mijn beleving vang je bij broedsels die het goed doen heel vaak de man als eerste. Daar lijkt de man dus wat harder te werken voor de jongen, en die jongen zijn dan ook beter doorvoed. Dat is prettig vangen. Dit voorjaar heb ik echter de indruk dat ik vaker dan gebruikelijk de vrouw als eerste vang. Is dat een teken van dat de vliegenvangers het minder gemakkelijk hebben? Dat is relatief simpel te bekijken. Indrukken zijn interessant, maar moeten wel getest worden.

De nestkast waar ik nu vang is een slecht begin van de dag. Het zijn schuwe ouders, waar de vrouw altijd het nest verliet wanneer we in de buurt kwamen. Het is moeilijk een plek met zicht te vinden zonder dat de ouders alarmeren. En tot overmaat van ramp viel de klep net dicht met een ouder die ontsnapte. En dat gebeurt later nog eens, en dan besluit ik hier voor nu maar even te stoppen. Morgen weer een poging.

Heel anders gaat het bij nestkast 273. Klep zetten, en terwijl ik nog geen 10 meter wegloop, zie ik de vrouw de kast inschieten. Hmmmm, misschien ook geen goed teken. En inderdaad, er lijkt hier helemaal geenan te zijn. Vandaag laat ik het erbij, en ik zal één van de komende dagen nog eens proberen.

Uiteindelijk willen ook andere zaken niet vlotten. Beide paren waar ik met een camera mee wil kijken naar wat de ouders hun kroost voeren, accepteren de verbouwing van hun nestkast niet. En de man die ik al een paar dagen probeer te vangen in nestkast 683 zit wel weer even te kijken, maar gaat de nestkast niet in. Misschien tijd voor een mistnet.

Gelukkig gaan de andere zaken wel goed. En als toetje vind ik twee nieuwe nesten van bonte vliegenvangers. Dat was alweer 18 dagen geleden dat de laatste vrouw haar eieren legde. Maar daar zal ik morgen meer over schrijven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *