29 mei 2026: Toch nog een wonder!

Het is al weer een paar weken geleden dat ik om een wonder vroeg: een extra golfje vliegenvangervrouwen die zich toch in onze nestkastgebieden zouden vestigen. Dat wonder is uitgebleven, en zoals al een aantal malen gememoreerd: 2026 zal de annalen in gaan als het jaar met het hoogste aandeel ongepaarde mannen. En gelukkig hebben veel van de mannen het zingen nog niet opgegeven, want er gloort toch een beetje hoop.

Gisteren schreef ik al dat ik tijdens de wekelijkse nestkastcheck twee nieuwe vliegenvangernesten vond. Richard vond er ook één, en vandaag vond ik er nog één. Dus waar we de laatste drie weken geen nieuw begonnen nesten meer vonden, zijn dat er nu in een paar dagen al vier, en moeten we veel van de nestkasten nog checken. Het zouden er ook tien kunnen zijn (wat aan de optimistische kant is, maar ik ga normaal door voor rasoptimist). Voor de drie nesten die ik vond, weet ik zeker dat het tot nu toe ongepaarde mannen waren. Nog geen idee wie de vrouwen zijn, en daar hopen we achter te komen als we ze vangen nadat ze al een paar dagen hebben zitten broeden. Dus daarvoor moeten we nog minstens een week wachten.

Als we het over wonderen hebben, dan is één van de grootste verrassingen van de afgelopen 20 jaar wel dat bonte vliegenvangervrouwen in staat waren om twee succesvolle broedsels in een jaar uit te laten vliegen. Van vliegenvangermannen wisten we dat goed, maar die deden dat vaak min of meer tegelijkertijd, met twee vrouwen die in twee verschillende nestkasten broeden. Maar bij die vrouwen met twee legsels is dat anders: die brengen een broedsel groot, en op het moment dat die jongen uitvliegen, kiezen ze een andere (vaak ongepaarde) man en beginnen van voren af aan. Dit kennen we bijvoorbeeld goed van koolmezen, en merels en roodborsttapuiten krijgen het zelfs voor elkaar om drie broedsels in het jaar groot te brengen. Dat ik het zo bijzonder vind bij bonte vliegenvangers, is dat ze maar zo kort in Nederland zijn. Ze vertrekken begin augustus al weer naar Afrika, en voor die tijd moeten ze hun hele verenkleed nog vervangen. Dat past allemaal net. Dus een tweede broedsel? Dat kan alleen wanneer rui en ouderzorg kunnen worden gecombineerd, en dat is geen favoriete optie bij de meeste vogels. Maar de afgelopen tien jaar hebben we al een klein aantal vliegenvangervrouwen dit zien doen. Alleen de vroegst broedende vrouwen krijgen dit voor elkaar, en het is nog zeldzaam. Maar het is wonderbaarlijk dat het uberhaupt kan.

De vraag is nu of deze nieuwe broedsels kunnen doorgaan als echte tweede broedsels. Dat kan alleen als we zeker weten dat ze al een succesvol eerste broedsel hebben gehad. Dus we moeten ze vangen, en hun ringen aflezen. Ik heb vandaag al één vrouw voldoende goed kunnen bekijken, en die bleek ongeringd. Natuurlijk kan zij buiten onze nestkasten al een nest groot hebben gebracht, maar helaas weten we dat dus niet voor haar. Maar we kunnen wel zien of zij zometeen al tijdens de incubatie met de rui begonnen is.

Dus het verhaal gaat nog wel even door.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *