8 juni 2026: Een echt tweede broedsel.

Vanochtend dacht ik even dat het de eerste dag in de afgelopen twee maanden zou worden zonder zingende bonte vliegenvanger. Niet dat het stil was in het bos. Er was opeens weer een grote lijster aan het zingen, en ook boompiepers, roodborsten en enkele fitissen lieten nog van zich horen. Bij die laatste drie soorten zou het me niet verbazen als ze nog nieuwe broedpogingen willen gaan wagen, hoewel ik dat niet zeker weet. Die grote lijster had vast vooral zin om nog even door het bos te schallen.

Het is waarschijnlijk mijn laatste volledige velddag. Ik heb nog zes nesten jongen te wegen en meten, die nu allemaal 12 dagen oud zijn. Het is een routineklusje, en als ik klaar ben wens ik alle jongen een veilige vlucht naar Afrika. Het blijft opvallend dit jaar dat de verschillende gebieden zo sterk variĆ«ren in hoe zwaar de jongen zijn. Nu de rupsenpiek voorbij is zou je misschien denken dat de jongen ook veel minder zwaar zijn, maar daar blijkt niets van. En uit de twee camerasessies die ik vandaag doe, blijkt dat er veel rozenkevers worden gevoerd, maar dat rupsen toch ook nog een aanzienlijk deel van het dieet uitmaken. De ouders vinden nu deels zelfs lekker dikke rupsen. Prettig om toch ook dit jaar weer een beeld te kunnen vormen van het dieet door middel van al die foto’s.

De vrouwen die zijn begonnen met de late broedsels zitten ondertussen lang genoeg te broeden dat ik een vangpoging kan wagen. Van de eerste vrouw die ik vang blijken we dit jaar nog geen andere vangst te hebben. Het is een vogel die vorig jaar geboren is, en ik vertelde eerder al dat eerstejaars broeders relatief zeldzaam zijn. Zou dit echt haar eerste broedpoging zijn geweest dit jaar, of heeft ze elders buiten ons zicht al een eerdere poging gedaan? En is dit mogelijk zelfs een echt tweede broedsel nadat ze elders al succesvol een nest heeft laten uitvliegen? We zullen het niet weten. De tweede vrouw die ik vang is wel het verwachte tweede broedsel. Ze heeft zo’n 250 meter verderop al vier jongen laten uitvliegen, heeft de zorg daarvan overgelaten aan haar eerste man, en is hier met een nog ongepaarde man voor een tweede keer in zee gegaan. Het is pas het tiende geval dat we hier in onze populatie hebben kunnen vaststellen, terwijl we na 20 seizoenen ruim 5000 broedsels van bonte vliegenvangers intensief hebben gevolgd.

Opvallend is dat deze vrouw met tweede broedsel al begonnen is met haar vleugelrui: ze heeft de binnenste twee handpennen laten vallen, en heeft dus gaten in haar vleugel waar nu nieuwe pennen moeten gaan groeien. Dat zien we normaal alleen aan het einde van de jongenperiode, wanneer de ouders het meeste werk hebben gedaan. Maar deze vrouw moet nog een heel broedsel gaan grootbrengen, en gaat deze periode dus in met een handicap. Het is echter de enige mogelijkheid wanneer ze op tijd wil vertrekken naar Afrika met een nieuw verenkleed. Ook bij eerdere tweede broedsels hebben we dit zien gebeuren. Die jonge vrouw met dat late nest is nog niet begonnen aan de rui, wat er mogelijk op zou wijzen dat zij dan er dan nog geen eerdere broedpoging heeft opzitten? Maar waarom zou je als vliegenvanger in hemelsnaam zo laat nog aan een broedsel beginnen, terwijl dat twee weken eerder ook al had gekund? Het blijft een raadsel.

Ruiende vrouw, waarbij het gat in de handpennen zichtbaar is onder mijn wijsvinger.

Oja, en de dag verloopt niet helemaal zonder vliegenvangerzang. Er zijn nog mannen die af en toe een strofe laten horen. Het klinkt niet alsof ze er zelf nog in geloven dat ze nog een vrouw aantrekken, en ik denk dat ze gelijk hebben. Dit aarzelende gezang luidt het echte einde van het broedseizoen in.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *