Sinds enkele dagen ben ik veroordeeld tot binnenwerk. De vliegenvangers moeten zichzelf nu maar weer even redden, en die kunnen mij vast missen als kiespijn. En het betekent overigens niet dat ik helemaal niet meer buiten kom. Zo moest ik nodig weer tijd besteden aan de roodborsttapuiten die ik vooral in de winter volg, vlakbij ons huis. In de lange avonden past heel goed een rondje door de Westerbroekstermadepolder. Gisteravond had ik een mooie ontmoeting met een hermelijn die 50 meter verder op het fietspad aan het rondhobbelen was. Wat een rank zoogdier! Grappig hoe ze ook vaak als een stokstaartje rechtop kunnen staan. Of misschien is het maar vreemd dat we dat met stokstaartjes uit Afrika associëren, terwijl je vanuit een eigen ervaring ook kan zeggen dat stokstaartjes als hermelijntjes kunnen staan. Maar in een dierentuin kan je vaak meer zien dan in de natuur.

Toch zijn de vliegenvangers nog geenszins uit mijn gedachten. Het mooie is nu ook dat er wat tijd is om beter naar de gegevens te kijken. Dat kan op allerlei manieren. Zo kwam Richard er vandaag achter dat hij een broer-zus-paar had in één van de nestkasten. Geen goede combinatie, want maar drie van de zeven eieren kwamen uit. Ik heb even opgezocht dat dit tot nu toe pas het vijfde geval is dat we hebben kunnen registeren. In vrijwel alle gevallen waren dit soort nesten niet succesvol, waarschijnlijk door inteelt. De vraag is of dit nu minder vaak voorkomt omdat vogels elkaar kunnen herkennen, of dat dit niet het geval is en de kans gewoon klein is dat je een dergelijke paarcombinatie krijgt. Ik vermoed het laatste.
Verder heb ik even tijd besteed aan een stukje stamboom. Vorig jaar hebben we eens uitgezocht wat het langste stuk stamboom was dat we konden vinden in de 19 jaar die we toen hadden. Er was één lijn die we helemaal konden volgen van het eerste jaar in 2007 tot en met 2025. En dit jaar is deze lijn niet onderbroken. We hadden twee vogels die terug te leiden zijn via minstens één ouder naar dat oorspronkelijke paar in 2007 (wat overigens een man was die dat jaar twee vrouwen had). Beide mannen waren er vorig jaar ook al. De ene is in 2023 geboren, en zagen we in 2024 en 2025 als ongepaarde man. Van die twee jaar kunnen dus nog geen nieuwe jongen komen, maar dit jaar was hij gelukkiger en liet zes jongen uitvliegen. De andere man is in 2021 geboren, en heeft sinds 2023 elk jaar succesvol gebroed (in totaal nu 25). Dat succes is nog niet terug te vinden in jongen die zelf als broedvogel zijn teruggekeerd om de stamboom voort te zetten, maar er is redelijke hoop dat er één van de komende jaren toch tenminste één van die jongen als broedvogel opduikt. We zien zo’n 8% van de uitgevlogen jongen terug als volwassen vogel, dus met 25 uitgevlogen jongen verwacht je zelfs twee jongen die het schoppen tot broedvogel. Grappig is dat die man in 2023 in het Dwingelderveld broedde, vervolgens twee jaar achter elkaar in het Drents-Friese wold (waar hij ook werd geboren), en dit jaar weer terug was in het Dwingelderveld. Het geeft weer aan hoe gemakkelijk die vliegenvangers blijkbaar verhuizen (en hoeveel we daardoor ook kunnen missen). Benieuwd of hij volgend jaar weer terugkeert, en waar hij dan gaat broeden.
