Een van de laatste rondjes door het bos vandaag. Het valt niet tegen hoeveel er nog gezongen wordt: boompiepers, roodborsten, vinken, zwartkoppen, een enkele fitis, fitis, winterkoning en gekraagde roodstaart. En een fluiter. Dat blijkt een voorbode van slecht nieuws, want zijn nest heeft een ingedeukte opening, en er liggen vier koude eitjes in. Er is iets op gaan staan, waardoor het verlaten lijkt. Ja, zo gaan die dingen, en als het dichter bij een drukker pad was geweest had ik de loslopende honden de schuld gegeven. Dat kan natuurlijk nog steeds, maar misschien is het wel een wolf geweest. We zullen het nooit weten.
Ergens verbaasd al die zangactiviteit me wel op dit moment van het seizoen. Vooral van de vele roodborsten, waarvan ik eerder in het seizoen de indruk had dat het er beduidend minder waren dan ik hier gewend was. Waar zouden ze nu nog om zingen? Willen ze nog een nieuw nest starten? Of is het al een plekje claimen voor volgend broedseizoen? Of zijn ze gewoon blij dat het drukke broedseizoen erop zit?
Het is bijna niet voorstelbaar dat dit bos vol heeft gezeten met bonte vliegenvangers. En dat het waarschijnlijk nog steeds vol zit, maar dat je er niets van merkt. Heel even hoorde ik er een roepen. De rest schuimt vast stilletjes door de boomtoppen. Jongen die het kunstje van insecten vangen nu zelf moeten leren. Ouders die wat minder goed kunnen vliegen omdat ze ook hun vleugelveren ruien.
Zelfs bij de nestkasten met de late broedsels hoor je de vliegenvangers niet. Die hebben nu allemaal kleine jongen, en ik heb een vrouw die ik toevallig op haar jongen aantrof nog even bekeken. Vijf dagen geleden had ze al twee nieuwe handpennen, en vandaag is daar geen verandering in waar te nemen. Heeft ze die rui dan even stopgezet? Wat dat betreft is het wel interessant om komende week zowel mannen als vrouwen van deze nesten nog eens te vangen. Dan kunnen we zien hoe ze dat doen met de overlap tussen rui en broedzorg.
Drie wespendieven draaien sloom hun rondjes boven de boomtoppen. Die komen altijd heel laat aan, en ik had er nog maar weinig gezien. Ik vermoed dat die wel eens een goed seizoen kunnen gaan hebben, want er zijn over een paar weken vast veel wespennesten die ze aan hun jongen kunnen voeren. Fascinerende specialisten, waarvan je de nesten niet zo gemakkelijk vindt. We hebben nog opvallend veel wespennesten in de nestkasten, en daar is het nu uitkijken geblazen. Voor je het weet heb je een hele zwerm boze werksters achter je aan.
Dan zie ik uit een ooghoek iets bewegen. Het had gemakkelijk ook niets kunnen zijn, maar laat ik toch maar even die boomholte checken. En jawel, daar liggen zes mooi blauwe eitjes. Niet van een bonte vliegenvanger, maar van een gekraagde roodstaart. Die willen dus zelden in de nestkasten, maar zo’n uitgerotte boomholte vinden ze prettig. Hier hebben vaker roodstaarten een broedpoging gedaan, en vaak met beroerd resultaat. Opening te groot, waardoor allerlei roofgespuis er gemakkelijk bij kan. Wat dat betreft zijn die roodstaarten niet heel slim, want onze nestkasten zijn veel veiliger. Zo’n roodstaartnest is nog wel een goede reden om binnenkort toch weer even in het bos te gaan kijken. Dus nog niet helemaal het einde.

Je leest de love for birds! De kennis, de kunde, de ervaring! Kan zooo op de voorpagina van een grote krant!