Beste lezers, denk niet dat ik deze blog voor jullie schrijf. Het is vooral voor mijzelf een manier om beter te kijken. Als ik mn gedachten zo formuleer, dan dwingt me dat om beter te kijken. Zo schreef ik een paar dagen terug dat ik slecht weet of mannen abrupt ophouden met zingen, of dat zoiets geleidelijk gaat. Dan ga ik daar op letten, en dan blijkt dat je nu het ene moment langs een nestkast kan komen en je niets hoort, terwijl als je een half uur later er weer langskomt de man toch nog zit te zingen. Dat gaat volgens mij beduidend minder enthousiast dan eerder. En eerder in het seizoen was het vrijwel ondenkbaar dat je een man niet hoorde zingen bij zijn vertrouwde nestkast. Bij de paar ongepaarde mannen die ik recent ving, bleek dat deze ook al een of twee slagpennen misten, terwijl ze dus nog wel wat zongen. Benieuwd hoe het dan zal werken wanneer ze op een dergelijk laat moment nog een vrouw krijgen. Zitten ze al in een soort afbouw, en de vraag is of er dan nog een echte investering kan volgen die nodig is om een nest jongen groot te krijgen. Maar misschien kiezen vrouwen ook niet meer voor dergelijke mannen, en alleen nog voor de mannen die fanatiek zitten te zingen. Die zijn er nog steeds.
Momenteel weten we van zeven late vliegenvangernesten die net begonnen zijn. Sommige hebben al eieren, andere zijn klaar om die te ontvangen. Om dat in perspectief te plaatsen: in 2014 hadden we er 9 (met tweemaal zoveel paar), in 2008 was er geen en 2011 hadden we er slechts één. Vorig jaar waren het er 8. Dit jaar aan de hoge kant dus, en misschien komt er nog wel wat bij. Benieuwd in hoeveel gevallen we de vrouwen kennen.
Bij het vroegste nest heb ik al even goed gekeken. Te nieuwsgierig misschien, maar ik heb het voorzichtig gedaan. De vrouw niet van haar prille legsel gepakt, maar haar zachtjes even opzij geduwd. Zo kon ik zien dat ze links een rode ring had, en dat ze één van haar tertials miste (want die verzamelen we). Dus het moet wel een vrouw zijn die dit jaar al in één van de nestkasten heeft gebroed. En omdat er eigenlijk geen nesten helemaal over de kop zijn gegaan, is het zeer waarschijnlijk dat het een echt tweede broedsel is. Ik durf er wel iets over te verwedden dat het de vrouw is die in nestkast 700 broedde. Zij was één van de eerst leggende vrouwen, die op 26 april begon met leggen, slechts vijf eieren legde, waarvan er 13 mei maar vier uitkwamen. Op 28 mei waren alle jongen nog in het nest, en op 29 mei was het uitvliegen in volle gang. Maar….. Op 28 mei legde deze vrouw haar eerste ei in die nieuwe nestkast, en ze moet minstens op 26 mei of nog eerder zijn begonnen met het bouwen van dat nest. Dus terwijl de jongen nog in het nest zaten heeft zij de zorg hiervoor geheel toevertrouwd aan de vader van de jongen, en is zelf met een andere man zo’n 150 meter verderop opnieuw begonnen. Die nieuwe man ken ik ook al: die kwam pas laat aan op 26 april. Een fanatieke zanger, die elke dag zijn lied liet horen. Heel lang tevergeefs, maar voor hem geldt dat de aanhouder wint. Die vrouw kan je een ontaarde moeder noemen omdat ze haar kroost in de steek laat. Maar als vliegenvanger kan je de buitenkans van een tweede nest niet laten liggen. De kans dat je de trek van en naar Afrika overleeft is niet hoog, dus eigenlijk is het bijna verbazingwekkend dat niet meer vrouwen dit doen.
Ook voor ons onderzoekers geldt ook wel ergens dat de aanhouder wint. Omdat we de vogels zo goed volgen kunnen we deze verhalen vertellen. En ja hoor, natuurlijk vind ik het ook heel leuk dat er een heel aantal mensen meeleest. Voor wie dat graag weet: volgens de statistieken zijn er zeker zo’n honderdvijftig regelmatige lezers.
Hoi Christiaan, zoals elk jaar geniet ik weer van de avonturen van de vliegenvangers. Het geeft een extra dimensie aan de paardrijritten door het Dwingelderveld als zo een beetje mee te krijgen wat er zich allemaal in die nestkasten en daarbuiten afspeelt! Ga vooral door met je verhalen!