12 juni 2026: Late vrouwen

Vanmiddag een bliksembezoek aan het bos. Doel zijn de late vrouwen die nu allemaal wel lang genoeg op de eieren zitten om ze veilig te kunnen vangen. De grote vraag is wie het zijn, en of na dat ene tweede broedsel er nog meer bijkomen. Ik ben optimistisch gestemd, want Richard had gezien dat de vrouw in 295 links een paarse kleurring droeg. Het zou kunnen dan kunnen dat het de vrouw is die al in 260 succesvol heeft gebroed.

Gelukkig is ze thuis als ik langs kom. Maar helaas, het is niet diezelfde vrouw, maar een vrouw die we dit jaar nog niet eerder zagen. Ze is in 2025 als nestjong geringd, dus een van de relatief zeldzame gevallen van vogels die we in het eerste jaar al broedend aantreffen. Terwijl ze zit te broeden is ze al flink in de rui: al twee slagpennen zijn geheel vernieuwd. Het is dus bijna onmogelijk dat ze pas net uit Afrika is aangekomen, en ik vermoed dat ze er al een broedpoging op heeft zitten. Helaas heeft ze dat dan niet in een van onze nestkasten gedaan.

De tweede vrouw is niet thuis, en ik besluit wat verderop te wachten totdat ik haar de nestkast in zie gaan. Binnen een paar minuten is ze terug en als je dan naar de nestkast loopt is de kans groot dat ze nog wel even blijft zitten. En dat doet ze ook. Wederom een geringde vrouw, en wederom een zonder broedhistorie. Niet dit jaar, maar ook niet daarvoor. Ze werd door ons als jong geringd in 2023. Jammer dat het ook geen tweede broedsel is, maar fijn dat we zo weer twee individuen kunnen toevoegen aan onze stambomen.

De derde vrouw die ik vang is ongeringd. En nu alle vrouwen van de zeven late broedsels gevangen zijn, weten we dat uiteindelijk maar één kan doorgaan als bewezen tweede broedsel. In dat nest kwam vandaag overigens het eerste ei uit. Het is twee dagen voor de berekende uitkomstdatum, wat vast betekent dat er relatief veel spreiding gaat zitten in de leeftijd van de jongen. Het is voor vogels een manier om wat tijd te winnen: beginnen met broeden voordat het laatste ei gelegd is. Maar het heeft dus wel als consequentie dat er meer concurrentie tussen de jongen kan plaatsvinden. In tijden van voedselschaarste is dat praktisch: het jongste jong zal dan relatief snel sterven, zonder dat er al te veel energie verloren gaat in de strijd om het voedsel dat de ouders brengen. Het is een harde wereld, maar beter voor bijna iedereen, behalve misschien dat jongste jong.

Bliksembezoek of niet: de fluiters kregen ook nog even aandacht. Prachtige jongen kunnen ringen. Grappig dat die er in hun eerste kleed al uitzien als echte fluiters met hun helder gele borst, wenkbrauwstreep en mosgroene rug. Heel anders dan de boevenpakken van de jonge bonte vliegenvangers. Het doet me vermoeden dat die jonge fluiters het dus met deze veren moeten gaan doen voor het komende jaar. Vliegenvangerjongen daarentegen wisselen nog van kleed voordat ze naar Afrika vertrekken. Net zoals jonge roodborsten, merels, koolmezen allemaal een jeugdkleed hebben dat in de zomer vervangen wordt. Nooit zo bij stil gestaan dat dit dus mogelijk nog sterk varieert tussen soorten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *