Vanochtend vroeg waren de boeren al vroeg aan het oogsten van hun grasakkers. Met grote snelheid razen ze over hun weiden, en het is niet verbazingwekkend dat daar nauwelijks meer vogels tot broeden komen. In deze tijd zouden ook vogels van die weiden zoals veldleeuweriken, grutto’s en kieviten nog eieren of kleine jongen hebben. Aan die brommende tractoren is geen ontsnapping mogelijk. Wat een drama, op nog geen steenworp afstand van dat relatief vredige voorjaarsbos.
Ook voor ons is het al weer een beetje oogsttijd. Zo heb ik vandaag miljoenen rupsenkeuteltjes geoogst uit de netten die ik onder eiken heb staan. Ik verwachtte dit jaar niet heel veel rupsen, maar op sommige plekken is er toch al goede vraat in de eiken, en zitten de keutelnetten al vol poepjes. Spannend hoe dit jaar gaat worden qua rupsen. Ook dat is het 20e jaar.
Terwijl ik zo al die keutelnetten langsfietste, bedacht ik wel: bezint eer gij begint. Achteraf bedenk ik me nu dat bij de opzet van deze lange termijnstudie ik niet altijd de beste keuzes heb gemaakt. En één van die meer ongelukkige keuzes is geweest onder welke bomen ik die keutelnetten heb geplaatst. Dat is echt geen harde wetenschap geweest: ik wilde ze een beetje verspreid over de verschillende studieplots, en binnen die plots ook wat verspreid over het terrein. Maar ja, drie keuteldoeken per terrein is sowieso niet veel. Ik heb dus een keuze gemaakt, en een aantal staan nogal onhandig om gemakkelijk te bereiken. Maar wisselen van boom lijkt me geen optie, want dat is een breuk in het lange-termijn onderzoek. En als iets echte waarde genereert is de lange adem, en precies blijven doen wat je deed.
Het andere klusje dat als oogsten voelt is het vangen van volwassen vliegenvangers. Dat zijn de vrouwen die nu op de eieren zitten, en ook de mannen die nog geen vrouw hebben. De reden dat ik het oogst noem, is dat wanneer we de individuen echt kennen (op basis van hun ring) de gegevens echte meerwaarde krijgen. En het leukste is altijd om aan het einde van een velddag dan je ringgegevens te mogen invoeren en dan de geschiedenissen van die vogels de revue zien te passeren. Ik had geen heel vreemde vogels, maar Richard ving vandaag bijvoorbeeld een man die in 2022 geboren was en die we nog nooit gezien hadden. Vreemder was nog de vrouw die in 2022 als volwassen vogel in een nestkast broedde, maar die daarna nooit meer gevangen is. Waarschijnlijk broedde ze die andere jaren buiten onze nestkasten. Of die man dat ook heeft gedaan is maar zeer de vraag, want die jonge vogels lijken opvallend vaak ongepaard te blijven.
