25 April 2024: Opluchting en verwachting

Moet je je als onderzoeker eigenlijk wel zorgen maken over de individuele vogels die je bestudeert? Het ligt altijd op de loer dat ik uiteindelijk eindig als een vliegenvangerboer, die vooral bezig is om het ze zoveel mogelijk naar de zin te maken. Dat bijt natuurlijk met het onderzoek, waarin natuurlijke selectie de brute kracht is die bepaalt welke individuen succesvol zijn, en welke juist niet. Ingrijpen doe ik daarom zo min mogelijk, maar dat betekent niet dat ik me niet betrokken voel bij individuele vliegenvangers.

Eén van mijn zorgen was de vroegst leggende vrouw, want zij leek van de leg, of was zelfs overleden aan haar recordpoging. Maar gelukkig vond ik haar vanochtend toch in haar nestkast. Er was een eitje bijgekomen; het waren er nu drie. Als ze elke dag had gelegd dan zouden het er al acht zijn geweest, en had ze nu kunnen gaan broeden. De kou speelt haar waarschijnlijk parten, en zoals al eerder opgemerkt, ze is niet de enige. Veel mezen laten ook legpauzes zien, en ook andere vliegenvangervrouwen die nu zijn begonnen leggen niet elke dag een ei.

In de gebieden die ik controleer heb ik nu zeker zes vliegenvangervrouwen die met eileg zijn begonnen. Gemiddeld is het interval tussen hun aankomst en de start van eileg bij deze vrouwen nu 12 dagen. Dat is wat vertekend, want er zijn ook vrouwen die op 9 en 10 april aankwamen, en die nog niet met eileg zijn begonnen. Bij sommige van die vrouwen vraag ik me soms af of ze er nog wel zijn, want je ziet ze nooit. Maar hun nesten vorderen elke dag wel een stukje. Sommigen bouwen trouwens heel snel, en lijken vervolgens een tijdje te wachten totdat ze met leggen beginnen, terwijl anderen juist bijzonder langzaam bouwen. Eén van die vrouwen die er nu al ruim twee weken is, heeft het nog steeds niet voor elkaar gekregen om een volledig nest te bouwen.

Nog steeds komen er maar weinig vliegenvangervrouwen bij, net zoals er nog steeds geen gierzwaluwen of koekoeken zijn. De aankomst vanuit Afrika verloopt door die overheersende noordelijke stroming maar traag. Maar er is hoop. Wanneer je naar de windverwachting voor komende zaterdag kijkt, dan krijgen we weer een snelle verbinding (Verwachte stroming 27 april), en mijn voorspelling is dan ook dat er zaterdag of zondag opeens massaal vrouwen aankomen (net als de eerste gierzwaluwen en koekoeken).

Hoewel de bomen weinig opschieten met deze temperatuur, en ook de rupsen vast niet snel kunnen groeien, verbaas ik me toch over hoe fors sommige rupsen al zijn. De meesten zijn nog miniscuul, maar af en toe zitten er toch al mooi grote exemplaren tussen. Goed voedsel voor de vliegenvangers, maar blijkbaar nog onvoldoende om elke dag een eitje te leggen.


Rupsen van een kleine wintervlinder (boven) en Schijnpiramide-vlinder (onder)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *