Vanaf 3 april ben ik elke dag achter de vliegenvangers aan geweest. 17 dagen dus, zonder vrije dag. Immers: ook die vogels nemen geen dag vrij, en elke dag kunnen er nieuwe beesten bij komen. Een dagje missen is niet zo erg, maar ik moest opeens alle plots bij langs omdat Richard even beperkt inzetbaar was, waardoor er geen dagje vrij af kon. Maar Richard is weer gerepareerd, en ik kon vandaag dus even een vrije dag nemen. Mijn interne wekker ging natuurlijk wel om half 6 vanochtend, maar zowaar viel ik nog even in slaap.
En wat doe ik dan op zo’n dag: achter m’n tweede liefde aan. Sinds een paar jaar zijn dat roodborsttapuiten. Mooie vogeltjes, die ook tot de grote vliegenvangerfamilie behoren. Iets zwaarder, iets kleuriger, en met maar korte vleugeltjes. Die roodborsttapuiten hoeven immers niet helemaal de Sahara over te vliegen, maar overwinteren in Spanje en omstreken. Of om preciezer te zijn: dat deden ze bijna allemaal tot voor kort, maar tegenwoordig blijven er steeds meer in Nederland om te overwinteren. Ook dat is een effect van klimaatverandering, en spannend om te volgen. Dus al een paar jaar kijk ik iedere winter nauwkeurig in de Westerbroekstermadepolder, vlakbij ons huis in Haren, naar die roodborsttapuiten. En na de winter komt het voorjaar, en dan ben ik ook benieuwd hoe het die roodborsttapuiten vergaat. Helaas lukt me dat niet heel goed, want naast de vliegenvangers blijft er weinig tijd over. Maar op een dag als vandaag doe ik toch maar even mijn rondje. En het grappige is dat ik nu een nest heb dat ik kan volgen. Waar de vliegenvangers waarschijnlijk pas over een paar dagen hun eerste ei gaan leggen, zit deze roodborstapuit al ongeveer een week op de vijf blauwgroene eitjes. Die lijken wel wat op vliegenvangereitjes, maar helaas zijn de nesten een stuk moeilijker te vinden, want goed verstopt. Die roodborsttapuiten beginnen dus al vroeg in het voorjaar, en gaan daarna ook nog eens heel lang door. Half augustus zie ik nog paren met net uitgevlogen jongen. Dat kunnen dus wel drie nesten in een voorjaar zijn. Op dat moment zitten de eerste vliegenvangers alweer in Afrika.
