27 april 2026: Helder wit in het zonnetje.

Het is weer een mooie, maar koude ochtend in het bos. Het zijn nu vooral de roodborsten en vliegenvangers die het bosconcert vormgeven. Een houtduif als bas, een specht als slagwerker. Een boomklever als trompetje. Een enkele vink. Eigenlijk nauwelijks mezen of zwartkoppen. Die vinden het mogelijk nog te koud zo vroeg, of die zitten al met ouderzorgen in hun hoofd.

De vliegenvangers wisselen zingen en foerageren af. Hier gaan ze vooral even naar de grond. Pikken daar vooral mieren en spinnen uit de vegetatie? Veel kan er nog niet actief zijn nu het rond het vriespunt is. Het is helaas onzichtbaar voor ons wat ze oppikken, maar door poepjes te verzamelen en daar het DNA van prooien uit te lezen weten we dat vliegenvangers in deze tijd vooral miereneters zijn. En ook op de berken een soort bladluis vangen.

Vreemd eigenlijk dat het me nooit eerder is opgevallen dat er geen andere bosvogels zijn die zo’n zuiver witte borst hebben als bonte vliegenvangers. Je hebt natuurlijk wel de mooi witte wangen van de koolmees, of de grote vleugelpannelen van vinken. Grote bonte spechten hebben helderwitte rugpanden, en overigens ook een witte borst, maar die zit altijd tegen de stam aan. Die witte vliegenvangerborst maakt het vinden van de mannen een stuk eenvoudiger, zeker als ze met die borst in de felle zon zitten te “shinen”. Zouden ze eigenlijk ook graag met die borst zo in de felle zon zitten, en is dat een goede mogelijkheid voor vrouwen om een man te beoordelen? Aan de andere kant: een deel van de mannen is niet zo zuiver wit, en die mannen lijken niet minder gemakkelijk aan de vrouw te komen. En wat voor mij als waarnemer goed zichtbaar is, is dat ook voor een sperwer. Ik kan me nog een studie herinneren uit Denemarken die volgens mij liet zien dat sperwers eerder opgezette zwart-witte mannen aanvallen dan bruinere mannen. Even opzoeken op het internet: een studie van Frank Gotmark uit 1993 in de Proceedings of the Royal Society. En wat schetst mijn verbazing: sperwers vallen vaker een opgezette vliegenvangervrouw aan dan een man, als die beide worden aangeboden. Verkeerde herinnering dus, maar grappig genoeg blijkt in dezelfde studie dat mannetjes vinken dan weer beter in de smaak vielen bij sperwers dan vrouwtjes.

Sommige mannen lijken er in mijn ogen een puinhoop van te maken. Neem de man van nestkast 309. Eén van de eerste mannen die ik zag dit jaar: op 6 april. Hij lijkt sinds ruim een week een vrouw te hebben, maar die vrouw bouwt in eerste instantie maar matig. De man zit deels weer te zingen, en ik begin bijna te twijfelen of hij z’n vrouw kwijt is, maar dan wordt er toch weer doorgebouwd. Vandaag zie ik hem ruzie maken met de koolmezen, twee kasten verderop. Waar andere vrouwen die veel later zijn aangekomen al een volledig nest hebben gebouwd, is daar in dit geval nog geen sprake. Vreemde zaken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *