De afgelopen tien dagen heb ik regelmatig gedacht dat het wel de omstandigheden zijn voor wat meer moord en doodslag. Uit eerdere jaren weten we dat er vooral vliegenvangers door koolmezen de kop in worden gehakt wanneer de aankomst van de vrouwen samenvalt met de eileg van de mezen. Die mezen zijn dan relatief weinig thuis, en de vliegenvangermannen kunnen met al die vrouwelijke aandacht de verleiding niet weerstaan om ook de mezenkasten binnen te gaan. Als een mees die thuiskomt dan is het vaak snel gedaan met de vliegenvangerman. Maar tot op heden hadden we slechts twee gevallen, terwijl de omstandigheden “ideaal” waren voor een grotere moordpartij.
Ik heb de goden niet willen verzoeken om deze verwachting uit te spreken. Dat helpt natuurlijk niet, en gisteren vonden zowel Richard als ik een vliegenvangerman met ingehakte schedel. Beide vogels met ring. De ene was vorig jaar geboren, en ik had die hele man nog niet waargenomen. Twee dagen terug checkte ik de kast nog, want ik had daar een dag eerder eenmalig een man gezien. Dat was niet deze met groene kleurring, maar een man met een zwarte kleurring. Volgens mij een bekende van vorig jaar. Niet dat ik al die vogels van vorige jaren kan onthouden, maar dit was een opvallende verschijning: een donker kleed, met erg asymmetrische koplampjes. Dit lijk is dus rechts groen, en aan de geur te oordelen is die al misschien wel twee dagen dood. De koolmees zit in die lijkenlucht geduldig op haar eitjes, de vliegenvanger min of meer onder haar neus.

De man die Richard vond was zonder hersenen. Dat lijkt een lekkernij voor broedende koolmezen te zijn. Deze man had een langere geschiedenis. Al geboren in 2022, en vier jaar voor een koolmees is al een hele leeftijd. Van 2023 en 2024 ontbreekt ieder spoor, maar hij dook vorig jaar op, vlakbij de plek waar hij was geboren, en broedt daar uiteindelijk succesvol. Dit jaar komt hij terug naar een plek daar weer dichtbij. Helaas met minder succes.
Dan nog meer nieuws uit de categorie Moord & Doodslag. Ik kon vandaag weer een beetje tijd besteden aan de roodborsttapuiten. Nu ik eenmaal het succes heb geproefd van een succesvolle nestvondst, smaakt dat naar meer. Dus die man roodborsttapuit die ik met voedsel in zijn snavel zie, wil ik graag volgen naar zijn nest. Beetje afstand bewaren, en ja, hij duikt een slootrandje in. Het is mij niet helemaal duidelijk precies waar het nest zit, maar ik ben wat ongeduldig van aard, dus ga met beperkte informatie even zoeken. Dat is wat precair, want ik wil niet op dat nest stappen en de jongen zo naar de andere wereld helpen. Het is niet gemakkelijk zoeken, en ik geef al bijna op, wanneer ik op de andere oever van de sloot wat veertjes ontwaar. Het blijkt een geplukte vrouw roodborsttapuit. Ongetwijfeld de moeder, en wonder boven wonder zit het nest 15 centimeter daar vandaan, met zes gezonde jongen. Dat roofdier heeft gelukkig niet goed opgelet. Of voor de pessimisten onder ons: die komt vast nog terug om die jongen te grazen te nemen. Ik hoop het maar niet, en zal over twee dagen nog eens gaan kijken en de jongen dan ringen. Vandaag waren ze ongeveer een week oud, wat betekent dat de eieren begin april gelegd moeten zijn. Keurig dat die man het in zijn eentje weet te rooien, hoewel ik dus niet weet hoe lang al.