6 april 2026: Nog maar mondjesmaat

Gisteren geen blog geschreven. Niet omdat ik niet in het bos was, maar er was weinig vliegenvangernieuws te melden. Met die straffe wind waren ook de waarneemomstandigheden verre van ideaal. De vliegenvanger die zich op zaterdag zo mooi liet zien was in geen velden of wegen te bekennen. Zo gaat dat soms in deze tijd. En om heel eerlijk te zijn: Richard was gisteren wel succesvol, en vond twee vliegenvangermannen die vlak bij elkaar zaten. Op zo’n moment vraag ik me altijd wel weer af hoeveel we missen. Vliegenvangers die dus aankomen, en waar we geen weet van hebben en zich pas dagen later melden. Omdat het ons gaat om de echte aankomstdatum per individu zou dat wel een probleem voor het onderzoek zijn. Gelukkig hebben we in het verleden wel een echte reality check kunnen maken. Een deel van de vliegenvanger had een dataloggertje gekregen, waarmee we in redelijk detail konden bepalen waar die vogel wanneer geweest was. Het bleek dat die aankomst die wij waarnemen in het veld bijna perfect de echte aankomst weergeeft. Ach, je kan er soms één of twee dagen naast zitten, maar elke meting heeft zijn eigen fout. En die van ons is niet zo groot dat we er geen mooie wetenschap mee kunnen bedrijven.

Vandaag was een stuk beter dan gisteren. Of in ieder geval qua weer. Bijna windstil, maar de ochtend begon fris (ijs op de autoruit). Wanneer je dan om 7 uur in het bos staat, ben je misschien zelfs te vroeg. Koude omstandigheden waar vliegenvangers niet al te erg van houden. Maar om een uur of 8 vond ik toch de eerste vliegenvanger. Je kan het toeval noemen, want de vogel maakte geen enkel geluid. Waarschijnlijk ging mijn aandacht naar de mezen die herrie maakten, en mogelijk was die herrie hun protest tegen de komst van die vliegenvanger. Mezen houden niet van vliegenvangers, en omgekeerd is dat ook zo. Deze vliegenvangerman heeft links een oranje ring. Daarmee kunnen we hem nog niet als individu in de databank traceren, maar die gekleurde ringen maken het veel gemakkelijker om een beetje zicht te houden op wie wanneer aankomt. Pas wanneer we deze vogel vangen kunnen we zijn ringnummer aflezen, en kennen we de geschiedenis van dit individu. Maar eerst dus maar hopen dat hij hier blijft.

De rest van de ochtend was het maar stil qua vliegenvangers. Er is wel wat nieuwe aanvoer van fitissen en boompiepers, maar het loopt nog niet storm. Een roepende groenpootruiter doet even naar het wad verlangen. Die is ook onderweg vanuit Afrika, maar moet nog wel een stukje noordelijker vliegen voordat die een geschikt broedgebied vindt.

Uiteindelijk vind ik rond het middaguur toch nog een tweede vliegenvanger. Hij riep maar even, maar gelukkig is dat voor een getraind oor voldoende. Deze man heeft links een blauwe ring, en is verder weinig zwart. Of beter gezegd: hij is bijna zo bruin als vrouwen ook kunnen zijn. Ik vermoed dat het mogelijk man BL.00163 kan zijn: de enige man die vorig jaar in dit nestkastengebied broedde met links een blauwe ring. Hij bevindt zich op maar zo’n 200 meter van de nestkast waarin hij vorig jaar een nest grootbracht. En ook in 2024 was hij present: dat jaar zagen we hem voor het eerst, en gaven we hem ook die blauwe ring. Maar ook bij deze man is het wachten totdat hij gevangen is, voordat we zekerheid krijgen rond zijn identiteit.

Voor het gevoel is de kop er nu wel vanaf. Met de warmte van de komende dagen zullen vast veel meer vliegenvangers zich gaan melden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *