Er zijn momenten dat ik een hardgrondige hekel heb aan de vliegenvangers. Soms gaat het dan on heel specifieke individuen, die zich elke keer weer slecht laten zien. Zitten hoog in de bomen te zingen, zonder dat je ze goed kunt bekijken. Of erger nog: ze gaan er onmiddelijk vandoor wanneer ik in de buurt kom. Je kan ook zeggen dat die vliegenvangers mogelijk een hekel hebben aan deze gluurder die door het bos sluipt. Sommige individuen kan ik zo herkennen aan hun gedrag, en ik heb zelfs de indruk dat het tussen jaren vaak op dezelfde plekken gebeurt (en dus mogelijk dezelfde individuen zijn). Maar er zijn meer redenen waarom ik af en toe een hekel heb aan die vliegenvangers. Bijvoorbeeld wanneer ze opeens allemaal stil vallen. Loop ik voor Piet Snot door dat bos. Of het andere uiterste: dat ze zo druk zijn met elkaar, dat ik niet meer weet waar ik mijn aandacht op moet vestigen. Op sommige plekjes in het bos zit er nu om de 100 meter wel een vliegenvanger, en daar willen nieuwe aankomers zich dan ook nog een plekje tussen invechten. Iedereen in rep en roer, en ik moet van die chaos dan muziek weten te maken.
Zolang vliegenvangers zich een beetje aan de regels houden dan gaat het allemaal nog wel, maar dat doen ze helaas niet allemaal. Sommige individuen bewegen zich bijvoorbeeeld veel te veel door het bos. Dat mag wel even bij aankomst (hoewel liever ook niet), maar als vogels vervolgens slecht kunnen kiezen dan maakt dat het scoren van de aankomst veel ingewikkelder dan nodig is. Volgens mij heb ik op het Aekingerzand zo’n man die slecht weet op welk van twee plekken hij zich wil vestigen. Hij was tot vandaag de enige man die ik hier heb gezien met links een gele ring. Op 9 april zag ik hem voor het eerst bij nestkast 543 zingen. Op 10 april was ik hem daar kwijt, maar ruim 500 meter verderop zat een man te zingen met dezelfde kenmerken. Dan denk je eerst: nieuwe aankomst, maar omdat ik op 11 en 12 april de man wel op de nieuwe en niet op de oude plek heb gevonden, ging hij de boeken in als dezelfde man. Maar vandaag was weer een man met links geel op de oude plek, en op de nieuwe plek zat opeens een man met rechts rood te zingen. Kunnen jullie het nog volgen? Ik vermoed dus dat het inderdaad om dezelfde man gaat, maar dat gaan we de komende dagen zien. Vorig jaar broedde op de plek waar ik de man als eerste zag zeker wel een man met links een gele ring.
Gelukkig vallen dit soort verplaatsingen mee, en blijft het overgrote deel van de vliegenvangers relatief stabiel op dezelfde plek zitten als ze zich gevestigd hebben. En het geeft ook wel weer aan hoe prettig die gekleurde ringen zijn om een extra houvast te hebben. (en voor mensen die niet al jaren deze blog volgen: vliegenvangers krijgen soms pootproblemen van plastic kleurringen, en daarom gebruiken we die niet. Ze hebben dus maar één geverfde alumium ring, wat dus geen individuele kleurcode is).
Voor mij is het dus niet altijd feest met de vliegenvangers, maar voor die vliegenvangers is het ook niet altijd feest. Vandaag vond ik een dode man die net uit de nestkast hing. In de nestkast zat een koolmezennest, en ik vrees dat de koolmees de schuldige is. Maar misschien zijn wij als onderzoekers ook wat schuldig: deze vogel leek met zijn teen vast te zitten tussen het hout van de kast en het metalen plaatje dat het nest moet beschermen tegen al te opdringerige spechten. Ik kan me slecht voorstellen hoe een vliegenvanger daarmee vast kan komen te zitten, maar misschien moest hij maken dat hij wegkwam voor de mees, en was dit een noodlottig ongeval.

Verder valt het me dit jaar op dat ik vaker dan anders plekresten van vogels vind. Werk van sperwers, terwijl ik toch maar zelden sperwers door het bos zie jagen. Hieronder de resten van een keep. Dat zijn vast mooie boutjes voor een hongerige sperwer: ruim tweemaal zo zwaar als een vliegenvanger, en er schuimen er genoeg door het bos op zoek naar dennenzaden. Laat ze die kepen maar grijpen, en van de (=mijn!) vliegenvangers afblijven. Overigens: die sperwers moeten ook uitkijken. Drie dagen terug vond ik er één die zelf geplukt was. Prooi van een havik (of misschien wel een oehoe).
