
Ze hadden minder weer voorspeld, maar de zonsopgang boven het Aekingerzand was weer bijzonder mooi. Je zou denken dat het dan ook een mooie treknacht is geweest, maar in het Aekingerzand vond ik alleen de vogels terug die er gisteren al zaten. Vervolgens naar Torenlaan en Berkenheuvel, die ik beide gisteren had overgeslagen. Daar was best wat bijgekomen, zowel mannen als ook vrouwen. Bij bonte vliegenvangers bouwen die laatsten alleen aan het nest, en er werd zelfs al voorzichtig aan een nieuw nest gewerkt. Vliegenvangers beginnen bijna altijd met een laagje schilfers van dennenbast, en zijn daarmee gelijk te onderscheiden van de mezen die altijd met een dik matras van mos starten.
Maar vervolgens ging het helemaal los in het Dieverzand. Tot en met gisteren waren daar zes mannen aangekomen, en dat aantal werd vandaag verdubbeld. Het gevoel was dat ze op dat moment zo maar uit de lucht regenden. Grappig dat ik dat dus niet zag op het Aekingerzand, maar misschien is het wel zo dat die nieuwe mannen pas het laatste stuk overdag vliegen om hun broedgebied echt te bereiken. En mogelijk was ik dus te vroeg, en zit het morgen ook daar veel voller.
Vandaag werd ik er weer aan herinnerd dat je raven altijd serieus moet nemen. Als ze luid roepend overkomen, kan ik vaak de verleiding niet weerstaan, om even iets raafs terug te roepen. Gewoon voor de gein. Misschien heeft die raaf dus ondertussen een hekel aan me, en riep die daarom zo boven mij. Toch even kijken, en zo waar: daar vloog zo maar een zwarte wouw over. Ik geloof niet dat die raaf dat naar mij communiceerde, maar hij (of zij) had die wouw vast in de smiezen. En ik daardoor ook.