Een grote lijster schalt er mooi op los. Tjiftjaffen tjiffen fanatiek, fitissen zingen hun klagende liedje, boompiepers komen als parachuutjes maar beneden. Eigenlijk zingt er nog best veel op het midden van de dag, maar de vliegenvangers laten verstek gaan. Evenals de gekraagde roodstaarten; daarvan moet ik de eerste nog horen.
De zon komt even door, en dichtbij zingt opeens een vliegenvanger. Kenmerkjes afzoeken: rechts een paarse ring, bruin kleed, twee kleine koplampjes, een vlekje bij zn schouder, witte vleugelvlek heel gemiddeld. Hij inspecteert nestkast 467, zingt een strofe of 20 en houdt het dan weer voor gezien. Twee nestkasten verderop probeert hij het nogmaals. Zang, smakgeluidjes. Koolmees in de buurt.
Deze nestkasten liggen in het noordelijk deel van het Aekingerzand. Tot vijf jaar geleden keken ze uit op een open heide. Er broedden toen nog tapuiten hier: de laatste binnenlandpopulatie. Nu lijkt het meer een dennenplantage. De fitissen vinden het heerlijk, de tapuiten zijn hier verdwenen. Het is een van de indirecte effecten van de wolven: de schapen die hier graasden zijn het gebied uitgehaald, en de dennen nemen het ervan. Wolf erin, tapuit eruit, en fitis en den profiteren. Als je van tapuiten houdt is het balen, als je van wolven, dennen en/of fitissen houdt, voelt het als winst. En die tapuiten waren toch al op weg naar de uitgang: te veel stikstof, predatie en misschien werd het ze wel te warm onder de voeten. Tapuiten broeden graag in de kou.
Hoor! Nog een zingende vliegenvanger. Deze man heeft links een hele ring, is even bruin als de vorige, maar heeft grotere koplampen en een grotere witte vleugelvlek. Waarschijnlijk ook net aangekomen, want gisteren had ik beide vogels nog niet. Die gekleurde ringen en al die andere variatie in kleed zijn zo prettig. Want vier nestkasten verderop zingt weer even een man. Weet links veel, weer zelfde koplampjes. Vast dezelfde, die nog wat door het gebied zwerft.
Dat aankomen lijkt soms wel een zwaan-kleef-aan-spelletje. Nieuw aankomende mannen vestigen zich graag naast een soortgenoot. Zo krijg je clusters in het bos, terwijl nog hele delen ook leeg zijn. Om heel eerlijk te zijn: het is nog meer gevoel dat het zo werkt, dan dat we het ooit echt hebben uitgezocht. Genoeg data, alleen de tijd nog even vinden.
En dan nog even de balans opmaken na ruim een week veldwerk. We zitten nu op 42 mannen en 2-3 vrouwen. Dat komt neer op een kleine 20% van de mannen die we verwachten. Om dat in perspectief te plaatsen: er waren drie jaren waarin we op 10 april nog geen enkele vliegenvanger hadden gezien, maar in 2024 was op dit moment al 60% van alle mannen binnen. We zitten nog aan de vroege kant als je het vergelijkt met de afgelopen 19 jaar. Het kan nog alle kanten op, maar als ik de windverwachting rond het Middellandse Zeegebied bekijk voor de komende dagen dan hebben de vliegenvangers tegenwind.